zoek op trefwoorden:


MENU
 
Home
Forums
Enquête
Nieuwsbrief
GC in de media
SiteMap
 
cursus Office 2010
Access
Nieuw in Excel 2010
Excel automatiseren
Excel
OneNote
Outlook
PowerPoint
Word
 
cursus Office 2007
Access
Excel
Excel Tips
Outlook
PowerPoint
Publisher
Visio
Word
 
cursus Office
2000-2002-2003-XP
Access
Excel
Excel ClipTips
PowerPoint
Outlook
Word
 
cursus Photoshop
TIPS
CS5
CS4
CS2 - CS3
Elements 6
Mask Pro
 
cursus Dreamweaver
CS3
 
cursus Illustrator
CS4
 
cursus Flash
CS4
 
cursus Paint Shop Pro
X en X2
 
cursus Premiere
Elements 7-8
 
cursus Joomla
Joomla 1.5
 
Sociale Netwerk sites
Facebook
 
Diversen
Celtx
CSS
DropBox Nieuw
Firefox 3.6
GIMP
LIME
ProShow Producer
YouTube
 
cursus Google
Zoeken
Picasa 3
SketchUp
Chrome
Street View
 
cursus Windows
Live Movie Maker
Windows 7
XP
Vista
 
cursus Office '97
Word
Excel
 
 
Voeg deze site toe
aan je favorieten!

 

Cursus Access 2007   go to : Index - vorige - volgende
       
Les 12 Ontwerpweergave (3)  
     
Veldeigenschappen (2)

3. Standaardwaarde

Wanneer je steeds dezelfde waarde moet herhalen in een veld, is het mogelijk hiervoor een standaardwaarde in te geven.
Bijvoorbeeld, het merendeel van onze albums staat op cassette.
Wanneer we cassette invullen in het veldeigenschappenvak "Standaardwaarde", dan zal dit veld, in dit geval het veld "Type", automatisch worden ingevuld met cassette.
Mocht het zijn dat je album toch op een ander media staat, typ je gewoon over deze tekst.
 
4. Validatieregel
Het veldeigenschappenvak "Validatieregel" gebruiken we één of meerdere regels die de gegevens die we in dit veld kunnen typen, bepalen.
Bijvoorbeeld, in het veld "Waarde" geven we de waarde 1, 2 of 3 in, afhankelijk hoe we het liedje vinden.
Willen we niet dat hiervoor een andere waarde wordt ingegeven, dan kunnen we hiervoor een regel instellen.
Eerst selecteren we uiteraard het vak "Waarde".
Selecteer het veldeigenschappenvak "Validatieregel"
En klik de knop aan de rechterzijde van dit vak.
Dit opent het dialoogvenster "Opbouwfunctie voor expressie".
In het bovenste vak van het dialoogvenster typ je 1, klik de knop "Or", typ 2, klik de knop "Or", en typ 3.
Wanneer je nu terug overschakelt op de "gegevensbladweergave", en je probeert een andere waarde in te geven dan 1,2 of 3, verschijnt er een waarschuwingsvenster met de melding dat je enkel de waarden 1, 2, of 3 kunt ingeven.
 
Wens je als validatieregel tekst in te geven, typ je deze rechtstreeks in dit vak, plaats de tekst tussen aanhalingstekens. Bijvoorbeeld: "zeer goed" Or "goed" Or "slecht".
 
Een voorbeeld hoe je de veldeigenschappen "Invoermasker" en "Validatieregel" samen gebruikt:
Bijvoorbeeld voor het veld "Locatie".
Typ je in het vak "Invoermasker" bijvoorbeeld "Kast "0;0;_
En in het vak "Validatieregel" typen we "Kast 1" Or "Kast 2" Or "Kast 3".
Sla de tabel op door te klikken op de knop "Opslaan" in de werkbalk "Snelle toegang".
Schakel over naar de "Gegevensbladweergave".
Het enige wat je nu moet ingeven in het vak "Locatie" is het nummer 1, 2, of 3. Het woord kast, plus de spatie worden automatisch toegevoegd.
 
5. Validatietekst
Het veldeigenschappenvak "Validatietekst" is de tekst die verschijnt in het waarschuwingsvenster, wanneer er een waarde ingegeven wordt die niet overeenstemt met de regel in het vak "Validatieregel".
 
 
 
Index - vorige - volgende

copyright © 2000 - pdesmet - 9100 st-niklaas - belgië